Interview met Zimbello in Akkoord magazine 2008

Zimbello maakt muziek voor oor én oog
‘Wij noemen onze programmering wel eens kamermuziek plus’ vertelt Brechtje Roos. Zij is blokfluitist en vormt samen met Nelleke ten Berg (gitaar, theorbe) en Martine Sikkenk (mandoline) trio Zimbello. Oude en nieuwe muziek worden in hun concerten op eigen wijze onderling verbeeld en verbonden. Auteur Diet Scholten
‘Onze instrumenten hebben van huis uit niet echt een geweldig imago’ stelt Nelleke. ‘Mensen denken bij mandoline al snel aan Mien, bij gitaar aan een kampvuur en blokfluit wordt sterk geassocieerd met beginnende muziekschoolleerlingen. Wij willen laten horen dat je er echt heel mooie muziek meekunt maken. Maar dat niet alleen. Ons doel is ook elk programma een eigen sfeer mee te geven die de muziek ondersteunt.’
Daar zijn de drie musici sinds een jaar of vier mee bezig. Zij vonden elkaar toen Brechtje op zoek ging naar nieuwe klankkleuren en combinaties van instrumenten. Ze wilde graag oude en nieuwe muziek combineren en meer thematisch werken. Uiteindelijk kwam ze bij Nelleke en Martine terecht, die naast hun eigen duo graag met blokfluit wilden samenspelen. Zo gezegd, zo gedaan. Als naam kozen ze Zimbello – Italiaans voor lokvogel – uit.
Visuele instelling Het publiek verleiden is een schone opdracht, maar de muziek die ze spelen is op zich toch al mooi genoeg? Martine: ‘Dat is zo, en we denken ook niet dat de tijd van conventionele uitvoering voorbij is. Maar wij vinden het belangrijk om met beeld de sfeer en het thema van het concert te versterken. Je bent tenslotte zichtbaar op een podium.
Verder zien we weinig dertigers in de zaal. Voor hen kleeft er blijkbaar vaak toch iets oubolligs aan een concert klassieke muziek. Jonge mensen zijn ook visueler ingesteld. De ambitie daar op een of andere manier op in te gaan hangt momenteel in de lucht. Alleen wordt dat vaak groots en technisch ingevuld, bijvoorbeeld met beamers. Bij ons moet het subtiel zijn, daar vragen onze instrumenten om.’
Een ander en jonger publiek trekken is echter niet hun voornaamste motivatie om geënsceneerde concerten te brengen; ze doen dat vooral omdat ze het leuk vinden.´Het is een zoektocht naar meer uitdrukkingsmogelijkheden, zonder dat de muziek daar onder lijdt. Het moet voor ons niet te acteerderig worden, we zijn musici en geen acteurs. Als een leuk idee tijdens de uitwerking ervan niet goed voelt, schrappen we het net zo hard weer´ vertelt Brechtje.
Simpele rekwisieten In het eerste Zimbello programma (Influenza) hielden ze de zelfbedachte enscenering klein, met simpele rekwisieten. Bij een Japanse volksmelodie op blokfluit staken ze bijvoorbeeld Japanse wierook aan. Om een sfeer te verbeelden heb je niet eens zoveel nodig.
Maar bij het programma Alles op tafel werd er meer uit de kast gehaald. Ze trokken regisseur Sjoerd Wagenaar en vormgeefster Natascha Helmer aan om dit expressieve concert vorm te geven. Dat resulteerde in een theatralere opzet, maar ook in specifieke kleding en in handige stoelovertrekken, waarin ze instrumenten en rekwisieten kwijt kunnen.
‘Dat was erg intensief. We moesten ook veel sjouwen en zaten op weg naar een voorstelling echt opgepropt in de auto. In ons nieuwste programma Repeats houden we het weer wat kleiner, ook omdat de muziek daarom vraagt’, aldus Martine. Die muziek varieert van Guillaume de Machaut en Francois Couperin tot Steve Reich, Ig Henneman en de Turkse hedendaagse componist Ugras Durmus. Aan de laatste twee heeft Zimbello voor dit programma een opdracht voor een stuk verstrekt.
Aloude tradities Repeats draait om tradities en rituelen. Immers, 2009 is door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur uitgeroepen tot het Jaar van de Tradities. De muziekpraktijk kent een aantal aloude tradities, en Zimbello heeft zich daardoor laten inspireren. Het stemmen van de instrumenten, het klappen en buigen, maar ook de persoonlijke tradities van het trio zelf zijn in de uitvoering verwerkt.
‘Ik heb gauw koude handen en daarom altijd een föhn bij me om die tussen de coulissen op te warmen als ik niet speel. En we drinken altijd sloten thee. Beide eigenaardigheden komen nu met behulp van rekwisieten voor het voetlicht, aldus Nelleke.
Durmus componeerde een derwisjendans en Henneman gebruikte een kinderliedje als inspiratiebron. Voor de musici en regisseur Scott Blick vormen al die gegevens voldoende aanleiding om het thema rituelen en tradities op de planken ook echt te verbeelden. ‘Daarmee ondersteunen we demuziek en maken we de overgangen tussen de stukken vloeiend’, vertelt Brechtje. ‘Wij zijn kortweg steeds bezig om programma’s te maken voor oor én oog.’
Uit AKKOORD november 2008
